De Heibelende Heksen (samenvatting)

Ray loopt sinds kort stage bij Huize Sint Joris waar hij Floortje ontmoet die er als verzorgende werkt. Wanneer Ray en Floortje op een dag in de sacristie van de oude kapel van Oirschot een oude viool vinden en deze bespelen, ontwaken de geesten uit het verleden. Een donkere paarse mist drijft ze naar een plek waar de geschiedenis voor goed herschreven zal worden.

Ray ontwaakt, gekleed in oude vodden met een viool in zijn hand, in een middeleeuws Oirschot. Hij wordt Remi genoemd en ontdekt dat hij muzikant is. Op weg naar de jaarmarkt komt hij Floortje tegen die net zo verbaasd is. Ze wordt Flora genoemd en blijkt in een heksenfamilie geboren te zijn. Dan valt alles op z’n plek: Ze zijn terug in de tijd gereisd en getreden in de voetsporen van hun voorouders.

Op de jaarmarkt ontmoet Ray Agnes van Kleef. Agnes is zo betoverd door zijn vioolspel dat ze hem uitnodigt om in haar kasteel te spelen. Ondanks de geruchten die de rondte doen over Agnes haar ware aard, besluit Ray akkoord te gaan met het aanbod. Nu blijkt Agnes niet alleen aandacht te hebben voor zijn vioolspel, maar ook voor Ray zelf. Alleen kan Ray Agnes haar liefde niet beantwoorden, hij heeft immers zijn hart al weggegeven aan Floortje. Wanneer Agnes dit hoort is ze woedend. Ze zal er alles aan doen om het meisje te vinden en vermoorden. Agnes schakelt hierbij de hulp in van de Spaanse Inquisitie onder leiding van Kardinaal Alvarez. Eenieder die twijfelt aan het ware Katholieke geloof, andere geloven aanbidt, afdwaalt tot ketterij of zwarte magie, moet worden aangegeven.

Een golf van angst en ongeloof trekt door Oirschot. Met regelmaat worden uit het niets Oirschotse bewoners opgepakt, of verdwijnen ineens. De van hekserij verdachten personen worden gewogen op een grote waag. Hier weegt men de verdachte, en als deze te licht is, zou ze kunnen vliegen op een bezem, en was ze dus een heks. Om dezelfde reden worden op de oude brug de waterproeven gehouden. Verdachten worden aan een touw in het water geworpen, zinkt de verdachte, is deze onschuldig. Blijven ze drijven, dan zijn ze lichter dan water en zouden ze dus kunnen vliegen. Dan volgt de veroordeling tot heks, wat betekent de dood op de brandstapel. Vele bewoners stierven een dood in de cellen of martelkamers. De rook van de brandstapel trok door de straten van het dorp.

Wanneer ook Floortje en haar zussen ten prooi vallen aan de Spaanse soldaten, bedenkt Ray samen met Floortje’s moeder Gruwella een plan om ze te bevrijden. Met Ray’s hulp maakt ze een toverdrank. Het belangrijkste ingrediënt: de gouden viool. Wanneer Ray op de viool speelt, zullen de geesten uit het verleden ontwaken, hem gehoorzamen en helpen de tirannen te verdrijven. Ray gaat moedig de strijd aan met de Spaanse inquisitie om Agnes van Kleef te stoppen. Zou het ze lukken om Floortje en de andere heksen te redden? En zouden ze ooit nog de weg terug naar huis vinden?

De Heibelende Heksen (gehele verhaal)

De Sacristie

Met een doffe klap duwt Ray de lade van het bureau dicht. Het stof kruipt in zijn neus, en hij niest een keer. Deze week is hij als stagiaire begonnen in Huize Sint Joris, maar hij had zijn werk toch even anders voorgesteld. Hij was toch aan het studeren in de bejaardenverzorging, toch niet als poetshulp. Na een paar dagen op de afdeling te hebben meegeholpen, had hij nu de taak gekregen om de oude sacristie van de kapel op te ruimen. Thuis had hij al geen zin in de klusjes die zijn ouders af en toe voor hem verzonnen, en hier al zeker niet. Hij was met zijn 17 jaar al zeker 1.90 lang, maar weinig spek op de botten. Met zijn grote donkere krullenbol was hij een slungelige verschijning. Maar zijn mooie gezicht, met een immer aanwezige glimlach maakte hem een prettige verschijning. Ray keek de Sacristie rond. Het zijkamertje van de kapel, was een tamelijk grote rotzooi. Onder een gotisch gewelf stonden stoffige boekenkasten, gevuld met oude boeken in leren banden. In het midden een grote oude kloostertafel vol met papierwerk, kelken en flessen miswijn in een krat. Door alle attributen in de kasten, en de kroonluchter met spinnenwebben aan het plafond, leek deze kamer wel op de werkkamer van Professor Dumbledoor uit de Harry Potter films. Ray plofte in een van de grote houten zetels die aan de tafel stonden, en keek nog eens rond…. Pffff, dacht hij. Dit is echt onbegonnen werk!!! En hij draaide met zijn vingers rondjes in het stof dat op de tafel lag.

Floortje drukte nogmaals op de knop voor heet-water van de warme drankenautomaat in de personeelsruimte. Ze zocht een paar theesmaken uit, en liep met de twee glazen warm water over de gang naar de kapel. Als verzorgende had ze deze week haar nieuwe stagiaire Ray onder haar hoede. Hij was een heel aardige vent, die zijn werk enorm goed deed, en zodoende eigenlijk alle werkzaamheden voor deze week al had voltooid. Het lijstje van haar ideeën was op, dus in overleg met haar afdelingshoofd, hadden ze besloten om hem de sacristie maar eens op te laten ruimen, omdat daar in jaren al geen gebruik meer van was gemaakt. Ze had de teleurstelling in zijn ogen gezien toen zij hem de taak toebedeelde. Dus als goedmakertje, ging ze hem verrassen met een kop thee, en zou daarna zelf ook even de handen mee uit de mouwen steken. Sowieso was ze graag bij hem in de buurt, want eerlijk gezegd was ze aardig onder de indruk van die mooie ogen, de krullenbos, en het aanstekelijk leuke karakter van de jongen. Ze schaamde zich wel een beetje, want ze was met haar 25 jaar toch wel een beetje ouder dan de jongen. Maar na haar breuk met haar laatste vriendje, nu een 7 maanden geleden, vond ze dat de weg vrij was om zich weer is open te stellen voor nieuwe uitdagingen. Niet dat ze uit was op Ray…… maar uit de weg gaan… dat wilde ze nu ook weer niet zeggen. Ze liep onder de mooie gewelven door van de kapel, en drukte met haar ellenboog de oude smeedijzeren deurklink naar beneden. Met haar schouder drukte ze tegen de zware houten deur, die met een piepend geluid opendraaide. Vanuit haar ooghoek zag ze hoe Ray op schoot uit de stoel, en lachend zei ze: ‘betrapt!’… Ray kleurde rood tot achter zijn oren. ‘Geeft niet’ zei ze. ‘ik had in mijn geval hetzelfde gedaan’. ‘Ga even zitten, ik heb thee voor je meegebracht, en ik kom je ook even helpen. ‘Nou’ zei Ray, ‘dat vind ik fijn, want om alleen Zweinstein op te ruimen is geen beginnen aan.’  Beiden pakten een stoel, en al nippend aan zijn thee, keek Ray naar Floortje. Man, man, wat was zij een mooie meid! Haar lange blonde haren zaten op een staart, maar een paar blonde lokken krulden voor haar mooie staalblauwe ogen door. Ja die ogen! Daar was hij vanaf het eerste moment van onder de indruk. Groot en stralend, alsof je zo in haar geest kon kijken. Ook als was hij een heel stuk jonger, hij was helemaal weg van haar…. Langzaam gleed zijn blik over haar mooi slanke lichaam wat onder haar tenue zat….. ‘Hey, koekoek’ riep Floortje ineens…. Ray schrok op, en kleurde weer. Hij had overduidelijk veel te lang naar haar zitten kijken, en schaamde zich kapot. Floortje lachte; ‘is ’t allemaal weer goedgekeurd?’ vroeg ze. Ray keek uit schaamte in zijn theeglas, en stamelde onverstaanbaar iets van… ‘echt wel…’

Na ze de thee ophadden gingen ze aan de gang, maar eerlijk gezegd was er geen beginnen aan. Beiden waren elk aan een kant van de ruimte begonnen, en werkten zo als het ware al ruimend naar elkaar toe. Ze stonden beiden met de ruggen naar elkaar ,toen ze  bij de grote haard waren. Ray pakte vlug de kachelpook uit het haardstel, en draaide zich om. ‘Accio Ascendo”!! En hij zwaaide met de kachelpook naar Floortje, alsof hij Harry Potter zelf was. Floortje reageerde direct, dook onder de pook door, en griste de vuurtang uit het haardrek, en draaide zich om … ‘Avada Kedavra’  en draaide met de tang alsof ze Hermione  Granger was met haar toverstaf. Ray had deze ‘tegenaanval’ niet verwacht en deinsde  terug, en struikelde. Hij viel in de haard, en in een poging om zich uit zijn benarde positie te bevrijden, greep hij het hoofdje van een gietijzeren engeltje vast, dat op de muurplaat van het haardvuur zat. Beiden keken elkaar vol verwondering aan toen de vuurplaat in eens weg schoof, en door het flauwe licht van de sacristie, de gang er achter zichtbaar werd. ‘sodeju’… zei Ray.. en zijn mond viel open van verbazing…. ‘zitten we hier echt in Harry Potter, of vinden we hier straks de Heilige graal. Floortje lag ook op de grond, en wreef het stof van haar gezicht….. ‘wa denkte ervan …Indiana Jones! Zou je me niet eens overeind helpen?’ Ray hielp Floortje snel overeind, en beiden tuurden de gang in…. ‘Zullen we?’ Zei Ray. ‘Bende helemaal gek!…. riep Floortje… maar toch was ook zij best nieuwsgierig geworden. Ze keken elkaar aan…. ‘We doen ’t gewoon, misschien vinden we wel wat geweldigs’ zei Ray… Floortje was om… snel zochten ze naar een zaklantaarn, “unne luchtkoker zullen we hier wel nie vinden’ zei Ray in het plat Oirschots. Hij pakte de pook, scheurde een reep stof van de oude gordijnen, en draaide die rond de pook. Doopte de stof in de kan bronolie die langs de haard stond, en stak die aan met een lucifer. Floortje had ondertussen een oud blakertje gevonden met nog een kaars erin. Ze stak de kaars aan, en beiden keken elkaar aan alvorens ze de gang inkropen: ‘Kijk ons nou eens ’ zei Floortje, terwijl ze een lok haar weg blies  ’ Indiana Jones en Lara Croft….’ Beiden lachten, en kropen de gang in.

Na ongeveer 5 meter stopte de gang, en er kwam een smalle wenteltrap naar beneden tevoorschijn. De gang was doorweven van spinnenwebben, en langs de hun voeten, voelde Floortje zelfs een rat wegschieten. Ze wilde het uitschreeuwen, maar wist zich te bedwingen, want ze wilde tegenover Ray natuurlijk niet overkomen als een watje. Ray baande zich een weg door de spinnenwebben naar beneden, en met de haren vol spinnenrag, kwamen ze tenslotte in een gewelf terecht. Beiden probeerden de ruimte te verlichten. En in het schijnsel van de fakkel en de kaars konden zij de contouren van enkele graftombes waarnemen. Evenals een altaar tegen een van de wanden van de kerker. ‘Gadverdamme …. Unne graftombe…’ zei Ray. ‘ik vind ’t allemaal veel te griezelig’ zie Floortje… ‘laten we terug gaan’  ‘niks d’r van, ik wil eerst even alles op mijn gemak bekijken.’ zei Ray. En hij zag dat aan de pilaren ook nog toortsen zaten. Hij ontstak ze, en langzaam verlichten deze het hele gewelf. Samen snuffelden ze wat rond. Ze bekeken de prachtige hoge stenen graven. ‘Rogier van Leefdael, ridder en burggraaf van Brussel, drossaard van Brabant, opperjachtmeester en raadgever van de Hertog van Brabant, heer van Oirschot, Eckart, en Hilvarenbeek, en zijn vrouw, Agnes van Kleef – Hulchrath, stichteres van huize Sint Joris.’ Zo, dan weet ik ook weer eens , waar de Agnes van kleefstraat vandaan komt, hier tegenover’, zei Ray…. ‘en de van Leefdaelstraat in Spoordonk” zei Floortje. ‘Graven uit 1333, dat zijn oude dingen… ‘zei Floortje. ‘Índerdaad’ zei Ray… ‘Zou er iemand wel weten van het bestaan van deze tombe? Ray vervolgde zijn speurtocht, en kwam bij een soort altaar bij een van de muren uit. Hij trok de spinnenwebben weg die door de tijd voor de schilderingen waren ontstaan. Hij bekeek de prenten aandachtig. Floortje kwam naast hem staan, en keek mee. ‘Kijk nu, wat een gruwelijke beelden hier… hier staat een meisje op de brandstapel, met Sinterklaas erbij…dat klopt toch niet?’ Zei ze. ‘Nee dat zal Sinterklaas wel niet zijn’ zei Ray. ‘maar hieronder , staat Fernando Alvarez… Dat klinkt Spaans.’ Ray keek naar het portret in het midden van het altaar. ‘Kijk, daar hebben we onze weldoenster. Agnes van Kleef’ Floortje keek ook naar het portret… ‘Nou ze kijkt wel lelijk… ze doet mij eerder denken aan een boze koningin, uit een of ander Disney sprookje’ beiden lachten…. ‘en hier hebben we de Oirschotse kerk…. Met een of andere pastoor er bij… wat staat hier… Vladeraccus???’zei Ray  ‘Wie is dat nu weer? ‘ Vroeg Floortje. ‘Weet ik niet, maar ik kan ’t wel eens  aan ons pa vragen, want die zit bij de Heemkunde hier in het dorp’ zei Ray. ‘het lijkt wel op een soort stripboek uit de middeleeuwen… volgens mij is het een verhaal…”merkte Ray op. ‘Maar wat heeft dat zigeunertje met die viool er nu mee te maken. En waarom is hij bij de eerste tekening nog van hout, en hieronder bij de laatste van goud? Vroeg Floortje. Beiden keken elkaar vragend aan. ‘kijk er staat nog een tekst’ riep Floortje. En ze wees naar het uit steen gebeitelde lint, dat als een fries het altaar sierde. ‘Eenieder die de snaren der vioole met liefde en passie beroerd, zal naar de ware liefde worden vervoerd, Den eeuwige strijd tussen goed en kwaad, is wat den uwen te wachten staat’ Beiden keken elkaar vragend aan… ‘Dus er moet een viool zijn? Zei Floortje… Beiden keken door de ruimte. ‘’Daar!!!’ riep Ray… en hij wees naar de grote engel met een gouden viool onder de kin, die boven in het puntje van de achterwand van het altaar zat. ‘ Zouden we erbij kunnen?’ vroeg Floortje . ‘er is maar één manier om dat te weten te komen’ zei Ray, en hij klom op het altaar. ‘wacht’ zei Floortje. ‘ik ga op je schouder staan’ Ray begreep haar, en vouwde zijn handen, zodat Floortje die als opstap kon gebruiken. Behendig klom ze op zijn schouder, en probeerde de viool te pakken. Maar ze kon er net wel of niet bij. ‘Gaat ‘t? vroeg Ray. ‘Bijna antwoordde Floortje, terwijl ze de viool onder de kin van de engel uit wrikte. Ray probeerde omhoog te kijken, en kreeg het schaamrood op zijn gezicht, toen besefte dat hij onder de rok keek van Floortje… ‘Sorry’.. zei hij zacht. Maar dit had Floortje gehoord.. ‘Zit jij nu onder m’n rok te kijken’… riep ze Ray toe. ‘Tja ’t kwam zo uit….’stamelde Ray. Floortje wilde stampvoeten, maar kwam er net op tijd achter dat ze op de schouder van Ray stond, maar verloor wel haar evenwicht en ze begonnen te wankelen. Ray zijn knieën knikten, en samen storten ze naar beneden. Ray viel onder tegen het altaar, en Floortje plofte boven op hem, maar hield gelukkig de viool nog omhoog. ‘Viespeuk’ beet ze Ray toe, terwijl ze een lok haren opzij blies. Ray lachte, terwijl hij onder haar overeind probeerde te krabbelen. ‘Nou weet ik wel wat voor kleur ondergoed je draagt’ grapte hij naar Floortje. Floortje wilde nog boos zijn, maar de opmerking van de jongen plaatste toch een glimlach op haar gezicht.  ‘Kun je viool spelen?’ vroeg ze aan Ray. Ray keek haar aan. ‘Ik heb het een beetje geleerd van opa, en die weer van zijn opa, en die weer van de zijne…, dus ik wil het wel eens  proberen.’ Hij hielp Floortje overeind, en tilde haar op, en plaatste haar op het altaar, zodat ze nu voor hem zat. ‘Ik zal je mijn liefde en passie wel eens  tonen’ zei hij, en knielde op één knie voor haar. Hij zette de viool aan zijn kin, en haalde aan met de strijkstok. ‘God wat ben jij romantisch’ zei Floortje. En al snel vulden de eerste vioolnoten het gewelf. ‘Ga door het is prachtig’ riep Floortje, ‘wat kan jij mooi spelen. Maar haar woorden waren nog niet koud, en plots doofden de vlammen van de toortsen. De ogen van de engelen op het altaar gloeiden in een paars licht op. En de stralen zochten door de ruimte. Enkele ogenblikken later kwamen ze samen op het familiewapen van het graf van Agnes van Kleef. Een vreemde paarse vloeistof borrelde op uit de stenen vloer, en het leek alsof ze tegen het graf omhoog kropen, en binnen drongen in de zerk. ‘Wat hebben we gedaan? ‘riep Floortje verschrikt. ‘Weet ik veel, ik speelde alleen maar een deuntje uit de familie’ stamelde Ray. Enige ogenblikken was het stil in de ruimte. Maar toen hoorden de twee het geluid van schuren van steen over steen. Langzaam schoof de sluitsteen van het graf, en een slanke hand, duwde de steen van het graf. ‘De dame van het schilderij’… fluisterde Floortje…. ‘Agnes van Kleef’…. Bracht Ray over zijn lippen, terwijl zijn ogen open sperden  van ongeloof. Op dat moment stond de dame recht op in het graf. Ze tuurde door de ruimte, en sprak “wie O wie, heeft mijne rust doen verstoren?…’ En merkte daarbij de twee jongeren op bij het altaar. ‘Nee niet weer!’ Riep zij uit; ‘De Remi en de Flora!… waarom gunt gij mij niet mijne eeuwige rust! Ik heb toch reeds boete gedaan voor mijne zonde!’ Ze stapte uit haar graf, met een gekrulde staf in haar handen. Boven in de staf zat een paars licht gevangen, die de ruimte verlichte. Ze richtte de staf op Ray en Floortje. ‘Spreek, gij gesels mijner leven, spreek!’ en met een ijzige blik keek zij Ray en Floortje aan.  ‘Sorry mevrouw, we wilde u niet storen’ stamelde Ray. ‘Zwijg’ riep de dame. ‘ Ik Agnes van Kleef, zal u mee nemen, in den tijd laten terugkeren, zodat ik mijn fouten kan herstellen, en mijn eeuwige rust vinden, waar ik zo naar verlang.’ Op dat moment liep zij langs de andere graven, en tikte met haar staf op de sluitstenen. ‘Sta op, Vladeraccus, Alvarez, en Gruwella, kom met mij mee en laat mij de geschiedenis voor eens en altijd herschrijven. Op dat moment stonden de overige ook op uit hun graf…. De ruimte vulde zich met een paarse mist, die leek als of die begon te draaien. Er vormde zich een kolk, waarin alles meegezogen werd. En met een fel licht en enorme klap, was alles donker…..

Terug in de tijd.

Een beetje versuft werd Ray wakker in het hooi. Hij lag achter op een boerenkar met hooi, en was wakker geworden door het gehobbel van de kar over het zandpad. Verbaasd keek Ray om zich heen. Verbaast bekeek hij zijn kleding… Niks geen tenue van een verzorgende, maar een kiel, een hesje, en een leren broekje tot over zijn knie, met een paar zwachtels eronder, en een paar oude schoenen. Zijn grote teen stak half uit de linkerschoen. Naast hen in het hooi lag een knapzak, een versleten hoed, en een viool. Waar ben ik beland? Vroeg Ray zich af. Hij krabbelde overeind uit het hooi, en bekeek het landschap. Er stonden wat koeien in een weiland, en een paar verzakte oude boerderijen, met strooien kap, met lindenbomen ervoor. In de verte zag hij de Oirschotse kerk, maar wat vreemd, er stond een hoge spits op de toren. Vreemd, want hij kende de kerk alleen met een stompe toren. Hij keek naar de persoon die voor op de bok zat. Een oud boertje, gekleed in kiel en oude broek, en klompen. Rustig kauwend op een lange grasspriet. Voor hem het paard, dat in een rustige tred richting het dorp liep. ‘Oooo, meneer de straatmuzikant is er ook weer?’ vroeg het boerke. ‘Ja’ antwoorde Ray… ‘Waar ben ik?’  Het boerke lachte… ‘Gij moet wel heel vast geslapen hebben… als ge dat niet meer weet….Remi, Remi toch…. Ge bent onderweg naar Oirschot, ik heb jouw opgepikt in Boxtel, waar jij me vroeg of ge mee mocht rijden. Ik ben onderweg naar Oirschot, want het is daar vandaag jaarmert’  Remi? Dacht Ray… Remi?  Ray had het niet meer. Zat hij nu nog in een droom, of wat was dit. Hij pakte zijn wang eens  flink beet, en kneep er is goed in… toen hij zijn ogen weer opende was alles nog gelijk aan de situatie alvorens hij ze sloot. De boerenkar reed langzaam het dorp binnen. Maar Ray zag geen Kempenweg, laat staan verharding. Het karrenspoor liep slingert richting de Oirschotse kerk. ‘Nou bestemming bereikt,  Meneer Remi!’ Riep het boerke naar achter, terwijl hij paard stil hield. Ray sprong van de kar, en liep naar de boer. ‘Sorry ik kan u niet betalen, want ik heb geen geld bij me’ zei Ray. ‘dat geeft niet’, zei het boerke, ‘Gij gaat de mensen hier op de jaarmert maar is vermaken mee oew viool en zang. Dat moet wel lukken want hier in Oirschot houden ze wel van gezelligheid. Als je genoeg verdiend hebt, koop je maar een mooie pul bier voor me, Ik zit straks in Herberg ‘In den Bonte Os’, en hij wees naar een van de geveltjes langs de markt. ‘zekers Meneer, dat zal ik doen’ zei Ray, en groette met een salut richting de boer.

Er was volop drukte op het marktplein. Boeren en boerinnen die hun vee en groenten en fruit aan de man probeerde te brengen. Zigeuners die hun acrobatiek lieten zien, dansen met een beer, of een mooie zigeunerin, en vuurspuwers, en in het tentje zat zelfs een waarzegster. Handelsreizigers met allerhande potten, pannen, messen… noem maar op. Nou dan zal ik me maar Remi gaan noemen, dacht Ray. Want volgens mij ben ik terug in de tijd gegaan. Hij dwaalde tussen de kraampjes door, tot zijn blik viel op een tentje, gevuld met bloemen, en kruiden, en allerhanden flesjes en potjes. ‘Kruiden van Flora, tegen al uw kwalen’ Las Remi op de spandoekje dat boven het stalletje hing. Hij keek de kraam in, en keek de vrouw achter de toonbank op de rug. ‘Mag ik u iets vragen? Zei hij tegen de vrouw. Deze draaide zich om, en antwoorde; ‘Maar natuurlijk, wat kan ik voor u doen?’ en twee wel heel bekende ogen keken Remi aan: ‘Ray?’ stamelde het mooie meisje vanachter de toonbank. ‘Floortje?’ zei hij terug… het meisje pakte hem bij de hand, en trok hem achter het zeil. ‘Ray… ik ben zo blij dat ik je zie. Ik ben het Floortje, maar we zijn terug geschoten in de tijd!. Ze noemen me hier Flora.’ Ray keek haar aan, ‘En mij noemen ze hier Remi, ik ben straatmuzikant.” ‘Zo raar allemaal’ zei Floortje ‘en weet je wat nu het mooiste is… ik kom uit een heksen familie’ Ray keek haar vragend aan. ‘Heksen ja.. .wel allemaal goeie hoor, Mijn moeder heet hier Gruwella, en ik ben de jongste van 7 zussen. We beschikken allemaal over een bepaalde toverkracht, de ene over  dieren, de ander over water, noem maar op. Ik dus over de planten… vandaar mijn naam… Flora!’ ‘Zouden we in de huid van onze voorouders zijn gekropen, toen ik op de viool speelde in de kerker onder de kapel? Vroeg Ray. “Ja ik denk van wel, want we zitten dus echt in het verleden. Ik schat ergens in een jaar tussen 1300 en 1400” zei Floortje. ‘Hoe komen we ooit terug naar onze tijd?’ vroeg Ray zich af ‘het begon allemaal toen ik op die gouden viool speelde, maar die viool die nu bij heb is niet van goud maar van hout’ en hij draaide zich om, en Floortje zag de viool op de rug van de jongen. ‘Daar moeten we achter zien te komen, maar laten we niet teveel opvallen hier. De mensen zijn hier nog super bijgelovig. Dus het lijkt me beter dat we de namen van onze voorouders dan maar aannemen, Remi en Flora, want onze namen kennen ze hier nog niet” stelde Floortje voor. ‘Maar ik moet nog wel wat geld verdienen, want die boer heeft nog een pul bier van me tegoed, daar in die herberg’ zei Ray. ‘kun je spelen? Vroeg Floortje. Ray pakte zijn viool, en speelde een stukje. Het ging verrassend goed, en het klonk mooi, heel mooi zelfs. ‘Nou gelukkig, dat is dan nog iets van de Remi in me.’ zei Ray. ‘Ik zie je straks’ zei Floortje. ‘Succes .. .Remi’ riep ze…. ‘jij ook…. Flora’ riep hij haar terug, alvorens hij een plekje zocht bij de grote waterpomp die voor het Oude Raadhuis stond. Remi legde zijn hoed voor hem op de grond, en zette de viool aan zijn kin. Nam de strijkstok in de hand, en al snel vonden de klanken een weg tussen de kramen van de jaarmarkt door. Flora zag het aan, en ze voelde een bepaalde trots voor de jongen… wat een doorzetter, dacht ze.

Door het mooie vioolspel verzamelde zich al snel een menigte zich om Remi heen. En er kwamen ook regelmatig wat muntjes in de hoed die hij voor zich had staan. Kinderen dansten om hen heen, en andere klapten of zongen mee. Maar toen vanuit de Nieuwstraat hoefgetrappel was te horen, en een zwarte koets langs kwam, stopte het dansen en zingen. Het publiek hervatte hun loop over de markt. Remi en Flora zagen het gebeuren, maar wisten niet waarom het gebeurde. Remi speelde rustig verder, tot de koets plots stilhield. Een van de koetsiers sprong van de bok, en klapte de treden van het rijtuig uit. Een paar voeten gehuld in prachtige schoenen, plaatsen zich op de trede, en een in een kanten handschoen gehulde hand, reikte de koetsier aan. Er stapte een mooie dame uit, haar prachtige paars-zwarte jurk, bezet met de fraaiste stenen, schitterde in de middagzon. Door de hoge kraag leek haar nek nog mooiers en langer, en haar halssnoer schitterde hevig. Evenals het diadeem in haar opgestoken haren. Maar al deze schoonheid, konden het niet winnen van de strenge trekken in het gelaat van de dame. Haar vurige ogen, keken met een bepaalde minachting over het plein. Remi stopte met spelen, toen de dame op hem af kwam. ‘waarom stop je?’ vroeg de dame. ‘ik weet het niet, ik was even mijn noten kwijt..’ sprak Remi. ‘Uw vioolspel is goed…. Heel erg goed, …. En dat voor een zwerver…’sprak de dame, met een bepaalde minachting over haar gezicht. ‘Vioolspelen doen we al generaties, vrouwe…’ zei Remi. ‘Dat zal wel’, zei de dame, ‘laten we er niet omheen draaien, ik heb over enkele dagen een feest op het kasteel. Ik zou u graag willen inhuren, om de zaak wat luister bij te zetten’ Remi was verrast door dit aanbod, en probeerde stamelend naar woorden te zoeken. ‘Mijn rentmeester zal u ruim vergoeden….. ik neem aan dat dit op uw goedkeuring kan rekenen?’ sprak de dame, nog voor Remi een woord kon uitbrengen. ‘Noem mij uw naam, de plaats en tijd, a.u.b vrouwe’ zei Remi. Verbaasd dat Remi haar niet kende, keek zij hem aan…. ‘Agnes van Kleef, vrouw van de Heer van Oirschot, Rogier van Leefdael! Sprak ze licht geïrriteerd. ‘’ Aanstaande Vrijdag, zeven uur in den avond op Kasteel Groot Bijsterveld…begrepen! ‘en zij keek Remi strak aan. ‘Jawel vrouwe’ zei Remi. De dame keerde zich om, en zonder zich om het publiek op het marktplein te bekommeren, stapte zij weer in het rijtuig. De koetsiers sprongen op de bok, en al snel verdween het door de Rijksluisstraat richting Best. Remi krabbelde zich achter zijn oren, en pakte zijn viool weer op, en begon te spelen. Al snel had hij het publiek weer op handen, het was feest op de markt. Flora had ook wel zin in wat afleiding, ze pakte haar kraampje in, en liep vlug naar de plek waar het feest was. Ze keek naar Remi en was helemaal weg van hem. Zijn prachtige krullen, over zijn mooie gezicht, dat lachte naar de kinderen voor hem. Ze voelde een prettig gevoel in haar onderbuik. Het bracht haar een glimlach op haar gezicht, en ze wilde dansen… dus ze sloot zich aan in de dansende menigte. Remi zag haar nu ook. haar lange mooie haren glansde in de zon. Haar mooie lippen tot een betoverende lach, en een paar ogen die zo uit een sprookjesboek hadden kunnen komen. Hij kreeg het al warm als hij naar haar keek. Hij werd moe, en besloot te stoppen met spelen, en kreeg nog een luid applaus van het publiek, en de toegeworpen muntjes belandden in de hoed die voor hem stond. Hij pakte de hoed en liep naar Flora. ‘Zo, dit is wel erg gul’ zei Remi. ‘Daar kan ik die boer mooi een pul bier voor kopen. En ook nog wel een voor ons erbij.’ hij keek Flora aan, ‘ga je mee?’ en ze liepen samen naar een herberg aan de rand van het marktplein.

Het was druk in de herberg, maar al snel had Remi de boer gezien, die hem de lift had aangeboden. Hij bestelde drie pullen bier bij de waard. En bracht die naar de tafel. Het boerke herkende Remi nog. ‘kijk daar heb je onze artiest!’ riep hij uit, en nodigde Remi en Flora uit om er bij te komen zitten. Samen schoven ze op het kleine bankje, ze zaten zowat op elkaars schoot. ‘kijk aan, en ook al in goed gezelschap’ riep het boerke, want het was rumoerig in het lokaal. ‘Goede zaken gehad?’ vroeg het boerke. Remi knikte, ‘en ik heb er nog een optreden aan over gehouden’ zei Remi. Vrijdag moet ik optreden bij Vrouwe Agnes van Kleef.’’ Maar toen hij haar naam noemde werd het stil in het lokaal. De menigte keek Remi aan alsof ze een geest zagen. ‘Ssst, zei het boerke, Ze hebben het hier niet zo op dat mens, ze is een verschrikking, en ze verdenken haar van zwarte magie. Alleen niemand durft het tegen haar op te nemen. Ze heeft grote invloed hier op de schepenen in het raadhuis, en ook in het kapittel van de kerk. Tegenstanders worden opgepakt, en er zijn er al die dat met hun leven hebben moeten bekopen.’ Remi en Flora keken de boer met grote ogen aan. ‘Welkom in Oirschot, dorp met eigen rechtspraak, en beulen….. radbraken, galg of brandstapel… je mag nog kiezen….’ Remi verslikte zich in zijn pul bier, en dacht na of het wel zo’n goed idee was om naar het kasteel te gaan, en vroeg de boer om advies. ‘Gewoon netjes afhandelen, en dan zorgen dat je weg bent’ was zijn advies. Ondertussen gleed zijn hand over die van Flora. Flora pakte zijn hand, en kneep er in. “ben wel heel voorzichtig, want ik wil je niet missen’ zei ze zacht, en ze keek in de mooie ogen van de jongeman. Hij keek haar aan, ‘Ben maar niet bang meisje, voor jou kom ik zeker terug’ En langzaam bogen hun gezichten naar elkaar. Een intense kus volgde, en het volk in het lokaal, joelde het toe. Ze kusten elkaar nog een keer, want het kwaad was toch al geschied. Ze dronken hun pul leeg, bedankte de boer voor het gesprek, en liepen samen hand in hand naar buiten, de straten door, richting de hei. Ze waren helemaal gek van elkaar, en zagen bij een oude boerderij een hooimijt staan. Remi keek Flora ondeugend aan…. En ze knikte…

Tegen het vallen van de avond wandelde ze naar het hutje op de hei, waar Flora met haar familie woonde. Buiten bij het poortje in de heg, onder een toog van klimrozen gaf hij haar nog een hartstochtelijke zoen. ‘ M’n hart is voor jouw’ zei ze zacht, “en ik zal het bewaken’ zei hij… na een laatste zoen, liep flora het pad door de tuin af, en opende het kleine deurtje van het hutje. Ze keek hem nog één keer aan, alvorens ze de deur achter haar sloot. Remi draaide zich om en liep terug naar de hooimijt. Hij ging op zijn rug in het hooi liggen, en keek naar de sterren boven hem…. ‘Te mooi om waar te zijn’ dacht hij, en sluimerde langzaam in slaap.

Op het Kasteel

Remi wandelde die Vrijdag richting Best. Nabij Schoonoord, sloeg hij de laan van het kasteel in. Hij wandelde tussen de dubbele rijen eikenbomen door, tot het kasteel voor hem verscheen. Het statige pand, met slotgracht er om heen, lag recht voor hem. Hij liep de brug over, en er passeerden enkele koetsen, die voor de grote trap naar de ingang stilhielden. Bedienden opende de deurtjes, en adellijke personen stapte uit, en liepen naar binnen. Remi stond onder aan de trap, en een bediende keek hem aan… ‘Wat wilt u?’ vroeg de man aan Remi. ‘Ik kom  voor Vrouwe van Kleef muziek maken, ze heeft me ontboden’ sprak Remi de man toe. Deze wees hem erop dat de hoofdingang alleen voor genodigde was, en hij zich kon melden aan de achterzijde, bij de personeelsingang. Remi liep om het kasteel heen, en zag aan de achterzijde de andere ingang. Hij meldde  zich bij de keuken, waar het een drukste van jewelste was. Keukenmeisjes, koks, en bediening  liepen af en aan, om alles keurig op tijd op de plek te hebben. Een kamerheer begeleide Remi naar een kamertje. ‘Hier kunt u zich omkleden, daarna kan u zich naar de grote zaal begeven voor uw optreden’ zei de kamerheer, en trok de deur achter hem dicht. Omkleden? Dacht Remi, ik heb helemaal geen andere kleren bij…. Bij die gedachte poetste hij een paar keer over zijn kleren, en trok ze wat recht. Hij zette zijn baret nog een schuin over zijn krullen, haalde zijn viool uit het koffertje, en liep de gang op naar de zaal. Hij keek zijn ogen uit aan het moois wat hij zag. De gang was gevuld met mooie schilderijen, wandtapijten, en jachttrofeeën . Hij hoorde rumoer, dus ging op het geluid af. Voor hem was een grote dubbele deur, met  twee harnassen er langs, en boven de deur een groot familiewapen. Hij keek de deur door, en was onder de indruk van de pracht en praal. Een grote kroonluchter verlichte de ruimte, en grote draperie aan het plafond gaaf de zaal een feestelijke sfeer. Het was behoorlijk druk in de zaal, en de gasten zagen er super mooi uit. De dames in prachtige wijde jurken, in allerlei kleuren, prachtig bezet met de mooiste stenen, en heren in mooie kostuums, met eveneens prachtig borduurwerk, in schril contrast met het kloffie wat Remi droeg. Hij zag vrouwe Agnes staan, en ook zij zag Remi, en liep direct op hem af. ‘Kijk daar ben je…fijn dat je gekomen bent’ zei ze. Remi verbaasde zich wel, dat zij geen opmerking over zijn kleding had, en ook haar stem klonk veel aardiger als bij de vorige ontmoeting. ‘Als je gereed bent laat het me weten, ik heb daar een plekje voor je gereserveerd’ sprak ze, en wees naar een verhoging in de hoek van de zaal, met een stoel er op. ‘indien je wenst, mag je ook vrij drinken, mijn bedienden zijn op de hoogte’ sprak ze, en keek met een vriendelijk gezicht in de ogen van de jongeman. ‘Na het optreden zal een bediende je naar de kleedkamer brengen, ik kom daar ook voor de betaling….’en nog voor ze uitgesproken was, sloeg ze een zwarte waaier open, en verborg haar gezicht. Remi vroeg een bediende om een glas wijn, want hij voelde zich toch niet helemaal op zijn gemak, tussen al deze hotemetoten. Zo dat voelde beter, en hij nam plaats op het podium. Hij knikte naar  de man die op een klavecimbel zat te spelen, als teken dat hij er klaar voor was. Toen deze de laatste noten van zijn nummer speelde, zette Remi zijn viool onder zijn kin, en liet de strijkstok over de snaren gaan. Na een paar nummers kreeg hij het publiek mee, dat al snel op de vloer de mooiste walsen en polka’s dansten. De wijde jurken van de dames, opende zich als waaiers om hen heen, met de heren als statige haantjes er langs. De sfeer zat er goed in, en Remi speelde en speelde. Hij vond het zelfs leuk, en Vrouwe Agnes ook, want hij kon een paar goedkeurende blikken van haar rekenen. Na een hele tijd, werd ook hij moe in zijn vingers, en kondigde het laatste nummer aan. Het publiek wilde meer, maar Remi vond het echt genoeg. En onder luid applaus verliet hij de zaal naar de kleedkamer. Daar wachtte hij keurig op de komst van vrouwe Agnes. Hij was maar in een van de grote leunstoelen gaan zitten, en tikte een deuntje op de armleuning toen de deur openging en Agnes verscheen. Haar prachtige jurk schitterde in het kaarslicht. ‘je hebt het geweldig gedaan, mijn  gasten zijn uitzinnig’ sprak ze. ‘Dank u mevrouw voor het compliment ’ zei Remi. Ze praten nog wat, en kwamen uiteindelijk bij het moment van betalen. Agnes liep naar de stoel waar Remi in zat. Vanuit het tasje aan haar riem, pakte een buideltje met geld. Ze boog voorover, en was met haar gezicht nu recht voor het gezicht van Remi, slechts het buideltje met geld, bungelde tussen hun twee gezichten in. ‘Je verdiende loon’… zei Agnes op zwoele toon, en drukte de buidel in zijn handen. Maar voor Remi het door had, drukte zij haar lippen vol op de zijne. Remi schrok zich een hoedje, en probeerde haar nog weg te duwen, maar Agnes gaf niet op, en probeerde voor de tweede maal de lippen van de jongen te bereiken. Remi wilde Agnes van zich af duwen, maar bereikte het tegenovergestelde. De leunstoel viel met Remi erin achterover, en Remi lag met zijn benen omhoog op de grond. Ook Agnes viel achterover, zij het dat zij op haar achterste viel, en met een grote plof in haar jurk terecht kwam. ‘Wel heb ik ooit!’ Riep ze venijnig. ‘Mij heeft nog nooit een man afgewezen, en dus jij ook niet…pummel!’ sliste ze. Remi ontstak in woede. “mijn hart behoort  aan Flora, en niet aan de eerste de beste heks, in een mooie jurk, en al haar rijkdom! Ik ga voor echte liefde!’ beet Remi haar toe. ‘Wat? Die schooister van het kruidenstalletje? Is dat waar je voor valt?’ schreeuwde Agnes hem toe. ‘Ja, ik wil Flora!, en niemand anders!’ riep Remi de edelvrouwe nog toe. ‘Dat zullen we dan nog wel eens zien” zei Agnes, en ze stampte de kamer uit. Remi hoorde het slot kraken, en begreep dat ze hem dus opgesloten had…. Dat was foute boel dacht hij, en dacht direct aan de woorden van de gasten van de herberg, die hem hiervoor gewaarschuwd hadden. Hij keek rond, en zag geen enkele andere uitweg dan het raam. Hij  pakte de koffer met zijn viool en  opende de ramen, en zag tot de schrik de hoogte waarin hij keek. ‘ ik waag het er op’ dacht hij, toen hij in het raamkozijn stond, en zich over de richel in het metselwerk schoof, richting de klimop die tegen het kasteel was gegroeid. Hij greep de takken vast, nu had hij meer grip. Enigszins gerust probeerde hij zich langs de klimplant naar beneden te laten zakken. De gerustheid was van korte duur, toen de takken los lieten , en Remi met een zwaai achterover viel. Hij kon nog net zijn viool op het gras gooien, alvorens hij zelf met een flinke plons in de vijver viel. Met de vijverplanten over zijn oren, zwom hij naar de kant. Hij kroop uit het water, pakte zijn viool, en kroop snel in de grote rododendrons die langs de oprijlaan stonden. Op dat moment hoorde hij Agnes van Kleef, door  het open raam nog krijsen tegen haar bedienden. ‘Vind dat jong! Die zal er van lusten!’ Hij klom snel in de grote rode beuk, die langs de oprijlaan stond. Vandaar kon hij Agnes goed zien, die nu in de raamopening stond en rond tuurde door de nacht. ‘Wacht maar, achterbaks gepeupel van een zwever’ riep ze de nacht in. “Jij en je geliefde Flora, zullen hier zwaar voor boeten! Weet tegen wie je het opneemt!’ na deze woorden, sloot ze de ramen, en Remi zag nog hoe ze met een smak de deur van de kamer achter zich dicht gooide. “wat heb ik weer op m’n hals gehaald’ dacht hij in zichzelf. ‘ik moet Flora waarschuwen’ Hij bleef in de boom zitten tot laat in de nacht. En toen alles stil rond het kasteel was geworden, liet hij zich uit de boom zakken. Hij verdween in de nacht… een heldere nacht, want het was volle maan….

De Witte Bergen

Ik moet Flora waarschuwen, dacht Remi, en haastte zich richting het hutje op de hei, waar Flora een haar familie woonden. Daar zag hij het rieten dak, van het hutje al, en de rozenboog waaronder  ze het eerst hadden gekust. Plots hield hij halt, toen hij van achter het hutje stemmen hoorde, en lichtschijnsel van fakkels. Remi was op zijn hoede, en sloop voorzichtig door struiken van de bloementuin. In de verte zag hij de fakkels als dwaallichtjes in de nacht bewegen, over het bospad dat richting ’s Heerenvijvers en de Oirschotse Hei liep. Hij keek rond, en zag dat er in het hutje, geen spoor van een levende ziel meer was. Dat vond hij vreemd, aangezien je midden in de nacht toch thuis moest zijn. Hij besloot maar  eens  achter de groep mensen aan te gaan, en volgde hen op grote afstand over het bospad. Langzaam naderde hij de groep, die gekleed waren in witte gewaden, en   zacht liederen in een voor hem onbegrijpelijke taal. Wie de mensen waren kon hij op deze afstand niet zien. De tocht volgde over het landgoed, de Zwarte Berg, langs een kapelletje, richting de heide. Remi zag in het heldere maanlicht in de verte de duinen van de zandverstuivingen al. Dat waren de Witte Bergen wist hij, want als kind had hij daar vaak gespeeld. Bij een grote eikenboom die midden tussen de zandduinen groeide, hield de groep stil. Het gezang verstilde, en Remi besloot, om vanachter een paar heidestruiken die bovenop een van de heuvels groeide de zaak gade te slaan. Hij telde 8 personen, en het waren allemaal vrouwen. Toen hij nog eens goed keek, ontdekte hij ook Flora in het gezelschap. Nu viel bij hem het kwartje, dit waren de moeder van Flora en haar zes zussen!!! Wat moesten die hier nu in het midden van de nacht?

Dat werd hem al snel duidelijk. Hij hoorde in de verte de torenklok slaan. Het was precies 12 uur toen de vrouwen in een kring stonden, met hun olielampen in de hand. Bij de laatste klokslag, dansten zij om de grote eikenboom, hun witte gewaden mooi verlicht door de olielampen die ze bij zich droegen. In het zand was een kring getekend, met daarin de vorm van een ster. De vrouwen hadden hun olielampen net buiten de kring geplaatst, en dansten over de ring in het zand. De kring werd steeds kleiner, en op het laatst stonden de vrouwen gearmd om de boom heen. Het gezang stopte, en een vreemde mist draaide om de vrouwen heen. Als eerste stapte de moeder van Flora uit de mist, ze was getransformeerd, in een lelijke oude vrouw. Krijg nu wat, dacht Remi, een heks! En vroeg zich meteen af wat er van de zeven dochters zou zijn geworden. Hierop hoefde hij niet lang te wachten. De oude heks keerde zich naar de Eik, en riep: ‘Terra, kom nader’ en vrijwel meteen kwam de eerste dochter uit de mist… ook als heks, maar ze leek wel een zandsculptuur. Alles aan haar was bruin, en leek van zand. Met in haar hand ook een grote zandloper. Nou, dacht Remi, dat is wat je noemt nu een echte “sand-witch’! Maar meteen werd zijn aandacht getrokken door de 2e gestalte die uit de mist kwam: ‘’Cascada, mijn waterheks’ sprak de oude vrouw, terwijl een dame in blauwe jurk, bedekt met waterdieren, met haren als watergolven, naar voren trad. Plots kleurde de mist rood en geel, en een dame die uit vuur leek te bestaan, deed haar entree. ‘Fuega, mijn vuurheks’ sprak de oude vrouw. Plots stegen dier kreten uit de mist, en deed Animalia haar intrede. Zij was bedekt met dierhuiden, en verschillende dieren vergezelde haar, op haar schouders en in haar haren. Zij moet de Heks van de dieren zijn, dacht Remi. Vanuit de kruin van de eik, kwam onder luid gekrijs, een persoon naar beneden, ze sloeg haar vleugels uit, en daalde zo midden in de groep vrouwen. ‘Welkom Avia, De vogelheks’ riepen zij haar toe. Na haar begon de eikenboom te slaan met zijn takken, en langzaam maakte zich een stuk bast los van de boom. Met haar armen als takken, en een jurk van bladeren, trad ook zij toe in de club. Dat is wat je noemt, een echt takkenwijf, dacht Remi nog. Maar hij miste er nog een: Flora natuurlijk! Op dat moment kleurde de mist in alle kleuren van de regenboog, en daar kwam inderdaad zijn geliefde uit de mist. Ze was gekleed in een groene jurk, en van top tot teen bezet met bloemen. Ook in haar haren zaten de mooiste bloemen. ‘En daar is mijn jongste, Flora, de heks van bloemen en kruiden’ riep de oude vrouw tegen haar. En zo sloten de andere leden ook haar in de club.

Remi bleef op zijn plek liggen, en zag hoe de vrouwen dansten in een kring rond de boom. Daarna kreeg ieder op de beurt de tijd om hun toverkunsten te oefenen. Ieder op het vlak waar ze voor stonden. De ene beheerste het water, de ander het vuur, de een had controle over de vogels, de ander over de bomen. Na de oefeningen sprak de moeder haar dochters nog eens toe, echter wat ze zei kon Remi op deze afstand niet verstaan, en sowieso de taal was voor hem niet te begrijpen. Kort daarna greep de mist weer zich om zich heen, en begon te draaien. Met een plof was deze weer verdwenen, en de acht vrouwen, stonden weer in hun wit gewaad om de boom. Ze pakten hun olielampen weer op, en in een lange rij, liepen zij het bospad weer op, vlak langs de zandduin waar Remi zich verscholen had. Als laatste liep Flora in de rij. Remi dook weg, en op veilige afstand zodat ze hem niet zouden kunnen zien of horen, rende hij door het struikgewas, richting het bos van ’s Heerenvijvers. Hij had hun ingehaald, en dook achter een struik, vlak langs het pad in een greppel. Toen de stoet voorbij trok, gooide hij een dennenappel naar Flora, en deze raakte haar rug. Verschrikt keek ze om, en op dat moment trok Remi haar in het bosje. ‘Wat doe jij hier?’          sprak ze, terwijl ze bleek werd van schrik. “ik heb alles gezien’ zei Remi. ‘Ik weet wat jullie zijn’. ‘Met tranen in haar ogen fluisterde Flora: ‘en nu wil je niks meer met me te maken hebben?’ Remi keek haar aan : ‘dat maakt me niet uit, kom straks naar de hooimijt, we zijn in gevaar, en ik moet je het vertellen.’ Met natte ogen keek Flora hem aan. “wacht daar op me, ik kom zo snel als ik kan.’ En snel verliet ze Remi, en streek haar witte gewaad weer glad. Ze rende naar haar zussen, en die vroegen ‘Waar was jij nu weer?’ Flora keek hen lachend aan en zei niks meer als; ‘kleine boodschap’ En de stoet trok weer verder door het bos. Vlak voor zei de bewoonde wereld weer bereikten, doofden ze hun lampen, en slopen in het maanlicht terug naar het hutje. Remi volgde op grote afstand, en dook later in de hooimijt, en viel in diepe slaap.

De Furie van Agnes

Agnes ijsbeerde door de salon, ze had pastoor Vladderaccus ontboden op het kasteel. Hij moest haar als raadsman advies dienen in deze strijd. Want zij was door het dolle heen van woede, door het geen haar gisteren was overkomen. Ze keek door het raam, en zag de pastoor te voet aan komen lopen over de laan. ‘Nou, die gaat wel erg op zijn gemak’ dacht ze, en kwaad tikte ze tegen het raam, en wenkte naar Vladderaccus dat hij voort moest maken. De man keek haar aan, en versnelde zijn pas. Even later werd er op de deur geklopt, en een bediende begeleide Vladderaccus naar binnen. Agnes keek hem streng aan, en beval hem te gaan zitten. Ze stak hem een glas wijn toe, en vinnig begon ze haar betoog, over hetgeen haar was voorgevallen. De pastoor had zitten luisteren, en probeerde haar te kalmeren. ‘je kunt de liefde niet  afdwingen, je zult moeten accepteren dat hij voor een ander kiest’ was zijn advies op het verhaal wat hij aangehoord had. Agnes stoof naar de stoel waarop hij zat. Ze zette haar handen op de leuningen, en hing met haar gezicht vlak voor hem. ‘Nee’ zei ze: ‘ ik heb een plan, en jij gaat me daarbij  helpen’ Ze draaide zich om, en liep door de kamer. ‘ik heb gehoord van uw nonnen en paters, dat zij niet zo blij zijn met die Flora en haar familie. Volgens hen zijn het Heksen en ketters, en doen zij aan zwarte magie!” Vladderaccus fronste zijn hoofd: ‘de nonnen en paters zijn gewoon jaloers, omdat Gruwella en haar dochters ook goede dingen voor de gemeenschap doen. Ze zijn gewoon graag gezien’ was het antwoord van de man. ‘kan me niet bommen’ zei Agnes ‘jij haalt het kapittel en de schepenen over om die familie te veroordelen van hekserij. Doe de waterproef, of zet ze in de heksenwaag, en daarna op de brandstapel ermee . Dan zijn we mooi van hen af! Brieste Agnes. ‘Maar Vladderaccus schudde zijn hoofd. ‘Vrouwe, laat u niet leiden door uw verlangens, maar wees redelijk.’ En hij keek de woeste dame strak in de ogen. ‘Sodemieter jij nu ook maar op’ riep ze naar de man, ‘aan jou heb ik ook helemaal niks, maar mijn plan staat vast… het gaat gebeuren! Niet goedschiks, dan maar kwaadschiks!’ bij die woorden stormde ze de kamer uit, en smeet de deur achter zich dicht. De bediende keek hem aan, en zei op gepaste wijze: ‘zal ik u dan maar uitlaten eerwaarde?’ De pastoor zuchtte een keer, en stond op van zijn stoel. Bij het opstaan fluisterde hij nog: ‘Heer vergeeft het hen, ze weten niet wat ze doen’

Agnes rende naar een kamer, boven in het kasteel. Met een grote sleutel opende zij het slot, en de deur ging krakend open. De grote stoffige kamer, leek wel een laboratorium. Van allerhande flessen en boeken, stonden in kasten en op tafels, diep onder het stof en spinnenwebben. Opgezette, maar ook dieren op sterk water, vulde de ruimte, en aan het plafond hing het vol met allerlei gedroogde kruiden. Agnes nam plaats achter het bureau, en tikte met haar lange nagels op het tafelblad. ‘ik moet dit zelf oplossen’ dacht ze…. En dacht diep na. Ze ijsbeerde door de kamer, en zette haar handen op de vensterbank van het ronde raam. Ze keek naar buiten, en keek uit over het park voor haar. Het keurige gazon, met perken gevuld met Spaanse Margrieten……’Spaanse margrieten ’….. fluisterde ze. En een valse  glimlach verscheen op haar gezicht. “dat ik daar niet eerder aan heb gedacht!’ Ze zocht tussen de boeken, en in de lade van het bureau. Eindelijk vond ze een boek. Ze veegde het stof van de kaft… en las: ‘El noble trabajo de la Inquisición’….. het nobele werk van de inquisitie…’ vertaalde zij het voor zichzelf . Ze bladerde het boek door, en zag de gravures van de verhoormethodes. Die zouden een ieder met afschuw vervullen, maar Agnes kreeg een brede grijns op haar gezicht. Ze zocht naar een contact in het boek, en bij de aftiteling vond zij een naam: Fernando Alvares…. ‘dat is de man die mij gaat helpen’ sprak ze zacht in zichzelf, terwijl ze in het Latijn een brief aan hem schreef. Nadat de inkt droog was rolde ze het papier op, en sloot met rode linten de rol. Ze maakte boven een kaars de rode lak vloeibaar, en liet deze op het lint druppelen,  en ze drukte haar zegelring in de stollende massa. Ze liep naar het raam van de torenkamer, en opende het venster. Ze riep naar de raven die op het dak van de kapel zaten. Alsof de vogels betoverd leken, volgen de vogels op, en landen keurig op de vensterbank voor Agnes. ‘Hier, mijn trouwe dienaren, breng deze brief naar Fernando Alvarez, en waag het niet om deze boodschap te verliezen, want ik maak een geplukte kip van je.’ Gedwee pakten de drie raven de linten van de brief in hun bek, en vlogen weg, totdat ze als een kleine stip aan de horizon verdwenen.

De komst van de Spanjaarden

Enige weken later, werden de inwoners van Oirschot opgeschrikt door tromgeroffel. Een stoet van Spaanse ruiters en soldaten, en volgepakte wagens met paarden er voor, arriveerden op de markt. Een menigte liep uit om te kijken wat er gaande was. Zo ook Pastoor Vladeraccus, die net in de kerk een mis aan het voorbereiden was. Hij liep de sacristie  uit en haastte zich naar de grote deur onder de toren. Toen hij deze opende zag hij een prachtige koets voorrijden, en zag duidelijk het wapen van de gekruiste sleutels op het deurtje. ‘Een Pauselijke gezant?’ dacht hij nog… Maar voor hij het kon denken, opende een Spaanse soldaat het deurtje, en klapte de trede uit. Vladeraccus liep snel naar de koets, en zag hoe er een man uitstapte met donkere golvende haren, een spitse snor, en vies klein sikje. Duidelijk iemand uit Spanje dacht hij nog. En hij zag aan het rood-witte gewaad dat het hier een kardinaal betrof. Hij liep naar de persoon, reikte hem de hand, en kuste vervolgens de ring aan de vinger van de man. Pastoor Vladeraccus, Eminentie. ‘Dios te saluda, Cardenal Fernando Alvarez’ antwoordde de kardinaal. ‘Maar ik hablar ook wat Holandes. Si.’ Waaruit Vladeraccus kon opmaken dat hij ook wat Nederlands sprak. Vladeraccus nodigde hem uit in zijn kerk. Terwijl de manschappen hun onderkomen zochten in het dorp. Terwijl de twee een rondgang maakten door de kerk, maakten Alvarez, duidelijk aan Vladeraccus wat zijn opdracht was, en dat hij alle medewerking van de pastoor en zijn onderdanen verwachten. Zoals de nonnen en de paters, de kapelaans, of het kapittel. De pastoor was aardig ontdaan door dit nieuws, maar tegen een kardinaal, gestuurd door koning Philips van Spanje, kon hij niet op. Met tegenzin stemde hij toe. ‘Bien’ sprak de kardinaal, toen zijn oog viel op het gigantische orgel van de kerk. ‘Magnifico….. ‘sprak hij met open mond… ‘mag i een keetje spelen organo?’ De pastoor aarzelde, maar niet lang daarna klonken zware tonen uit de pijpen van het orgel. Alvarez trok alle registers open, en het geluid van het orgel overstemde zelfs het lawaai op de markt van de Spaanse soldaten. De Oirschotse mensen die toevallig op de markt liepen, keken elkaar vragend aan: ‘Hey de pastoor de kolder gekrege?’ Niet wetend welk onheil hen boven het hoofd hing.

Als onderkomen, betrok Alvarez het Hof van Solms, omdat dokter Feij, op reis was naar Frankrijk, om daar zijn beroemde genezingen uit te oefenen. De manschappen betrokken de naastgelegen brouwerij als hoofdkwartier, en op diverse plekken vonden zij onderkomen in het  dorp. Een paar dagen later kondigde Alvarez vanaf het bordes van het Raadhuis zijn ware reden  van zijn komst af. Een ieder die twijfelde aan het ware Katholieke geloof, andere geloven aanbad, afdwaalde tot ketterij, of zwarte magie, moest worden aangegeven. Het was een plicht voor alle goed gelovige Katholieken om ketters te verdelgen, en Alvarez verwachtte van ieder zijn of haar medewerking. Een golf van angst en ongeloof trok door Oirschot. Wat was hen nu toch overkomen? Ook Flora en Remi hoorden de boodschap aan, toen zij op de Markt stonden. ‘Dat is slecht nieuws’ zei Flora. Ons gezin, is altijd al een doorn in het oog geweest van de nonnen en paters. Zij vinden ons maar kwakzalvers en heksen, en zullen nu hun kans zien ons te verraden.’’ Remi keek haar aan, en zag de angst op haar gezicht. ‘Dan moeten we ze direct waarschuwen’ en ze rende snel via het Molenstraatje naar de Hei. Naar het hutje waar Flora woonde. Flora vertelde het nieuws aan haar moeder en zusters. Moeder Gruwella waarschuwde haar dochters. ‘Kom zo min mogelijk in het dorp, en uit het zicht van de mensen, de soldaten, of de geestelijken. Bewaar je krachten, want ik denk dat we ze nog eens  nodig gaan hebben.’ En het leek dat Gruwella het bij het rechte eind had. De weken die volgden waren er van angst en verderf. Met regelmaat werden uit het niets Oirschotse bewoners opgepakt, of verdwenen ineens. De verdachten waren aangegeven, en iedereen wantrouwde elkaar. De geestelijken bleken de grootste spionnen  te zijn. De paardenstallen van het Hof van Solms en de brouwerij werden omgebouwd tot cellen, waar de verdachten onder erbarmelijke omstandigheden verbleven. In de naastgelegen magazijnen deden barbaarse beulen hun werk, om met verschrikkelijke verhoortechnieken een bekentenis uit de verdachte te krijgen. Gevangenen werden op de rekbank gelegd, en uit elkaar getrokken, de armen achter de rug gebonden en dan aan de polsen opgehangen, of hen het vuur aan de schenen gelegd. Opgesloten in sarcofagen met ijzeren punten er in. Velen overleefden de martelingen niet, of bekende, ook al waren ze niet eens schuldig, om maar van de helse pijniging af te zijn. In het raadhuis zat het tribunaal voor de berechting. Maar van een eerlijke rechtsgang kon niet worden gesproken. De van hekserij verdachten personen, werden gewogen op een grote waag gewogen te worden. Deze weegschaal stond voor het raadhuis, zodat ieder het kon volgen. Hier woog men de verdachte, en als deze te licht was, zou ze dus kunnen vliegen op een bezem, en was dus een heks. Om dezelfde reden werden op de oude brug richting de Hei, de waterproeven gehouden. Verdachten werden aan een touw in het water geworpen, zonk de verdachte was deze onschuldig, maar het kwam af en toe ook voor dat ze alsnog verdronken. Bleven ze drijven, dan waren ze lichter als water, en zouden dus kunnen vliegen. En dan volgde de veroordeling tot heks. Wat betekende de dood op de brandstapel.

Er heerste grote angst onder de bevolking van Oirschot. En niet onterecht. Vele stierven een dood in de cellen of martelkamers, en de rook van de brandstapel trok door de straten van het dorp. En terwijl de wreedheden zich in het dorp voltrokken speelde Alvarez maar op het grote orgel. Klaarblijkelijk te genieten van de tonen van het orgel, doordrenkt met het geschreeuw van stervende mensen op de brandstapel op het aangrenzende marktplein. Vol passie bespeelde hij de toetsen, terwijl bij de bewoners van Oirschot, de klanken van het orgel een bode waren van nog meer onheil, en ieder vulde met angst.

Gruwella’s angst

Het was half Oktober, toen een herfstzonnetje doorbrak, Gruwella stond klaar met haar mand om paddenstoelen te gaan plukken op de hei. Haar dochters waren in de grote moestuin, waar ze bezig waren met de oogst. Er werd volop geweckt, en gedopt, gekookt en opgepot. De kust leek veilig, en alles vredig op de hei, en Gruwella besloot dat ze haar dochters wel even alleen kon laten, en ging op pad.

Maar in de late voormiddag sloeg het noodlot toe. Toen een escorte Spaanse soldaten het hutje omsingelde, en de dochters van Gruwella overviel. De meiden hadden geen schijn van kans. En werden overmeesterd. Gekneveld en in de boeien werden zij afgevoerd. Ingesloten tussen de soldaten liepen ze richting het dorp. Remi schoot wakker, en keek vanuit de hooiberg maar het pad. Zag hij dat goed? Hij wreef nog eens door zijn ogen, en keek nog is een keer. Het bleek harde waarheid, toen hij duidelijk Flora en haar zussen herkende, te midden van stoet soldaten. De hooiberg stond dicht bij het pad, en vanonder een laag hooi keek hij naar de stoet. Maar hij telde er zeven vrouwen, en geen acht…. Al snel kwam hij tot de conclusie dat moeder Gruwella ontbrak. ‘Die moet dan nog ergens zijn’ dacht Remi. En met die gedachten sloop hij uit de hooiberg. Om aan het zich aan het zicht te onttrekken sloop hij door sloten en langs akkerranden, naar het hutje. Hij kroop door de heg, en zag het tuingereedschap nog her en der door de moestuin liggen. De achterdeur stond open, en voorzichtig glipte hij naar binnen. Binnen waren duidelijk  de sporen van de gewelddadige overval nog te zien. Overal lagen gebroken potten en flessen, en het vuur onder de weckketel smeulde nog na. De gedachten aan het lot wat Flora en haar zussen stond te wachten maakten Remi week in de knieën, en hij zakte op een krukje wat midden in het kleine keukentje stond. Op dat moment draaide de deur open, en de gestalte  van een oude vrouw stond in het deurgebond. Remi zag het onthutste gezicht van Gruwella. ‘Mijn dochters….’riep ze, en liet de mand uit haar manden vallen, en sloeg haar handen voor haar gezicht. De bospaddenstoelen rolden over de plavuizen vloer. Remi schoot haar tegemoet, ondersteunde de vrouw, en plaatste haar in de schommelstoel bij het haardvuur. Remi zag het verdriet in de ogen van de vrouw. Ze keken elkaar aan, en beiden wisten welk lot de 7 dochters stond te wachten. ‘We moeten iets doen’ zei Remi. ‘We kunnen dit niet zomaar laten gebeuren’ zei hij. De vastberaden blik in de ogen van de jongen, raakte de gevoelige snaar bij de oude vrouw. “Dat moeten we inderdaad, en jij moet me even helpen’ sprak de vrouw. ‘maakt het vuur aan in de schouw, en zorg voor een ketel water’ zei ze. Remi pakte een paar emmers, en liep naar de put die achter het huis stond. Hij putte een paar emmers water en goot die in de grote ketel, die aan de haal hing boven de stookplaats. Met van kleine houtjes en wat papier maakte hij het vuur aan, en al snel brandde het vuur volop, en verschenen de eerste belletjes in het water. Gruwella zocht in de rommel naar een oud boek. Eenmaal gevonden blies zij het stof er af, en opende het grote slot op het boek. Het sleuteltje droeg zij aan een ketting om haar verrimpelde hals. Remi zag op de voorkaft duidelijk een cirkel met de lijnen van een ster, iets wat hij herkende als boeken over magie. De oude vrouw legde het boek op de grote tafel en zocht de juiste bladzijde op.  Ze stommelde door het hutje, en zocht allerlei potjes bij elkaar. Remi zag de meest rare potjes en inhoud. Van kruiden tot galstenen, adderbroedsel, en kraaienpoten. Ratelslangengif en gordelroosblaadjes. Hij raakte de tel kwijt. Met haar kromme vingers volgde Gruwella de regels in het boek, pakte dan weer een potje, en strooide een hoeveelheid in de ketel, en brabbelde in een onverstaanbare taal de spreuken op die in het boek stonden. Remi kreeg de opdracht goed te roeren. Bij elke toevoeging verkleurde de vloeistof in de ketel, en de geur die optrok uit de ketel deed Remi walgen. Zonder wat te zeggen volgde hij de handelingen van de oude vrouw. Na ongeveer een uur bleek de ‘soep’ klaar. Een goudgele vloeistof pruttelde in de ketel. Tevreden keek Gruwella in de ketel, ‘Geef me nu je viool maar eens…’ en ze keek Remi aan. ‘Mijn Viool? Maar als die stuk gaat heb ik geen inkomen meer..’ stamelde  de jongen. ‘ En anders heb jij straks geen meisje meer, en ik geen dochters….’sprak de vrouw. Daar had ze wel gelijk in, en Remi gaf haar de viool en de strijkstok. Gruwella haalde er een draad door, en liet het instrument langzaam in de vloeistof in de ketel zakken, en draaide meteen een zandloper om. Toen de laatste korrel door de smalle hals viel, haalde zij de viool omhoog uit de ketel. Terwijl de laatste druppels vloeistof er van af dropen, blonk het instrument in het licht dat door de kleine raampjes van de hut naar binnen vielen. ‘Het lijkt wel van goud…’ stotterde Remi. ‘Dat is het ook…’ sprak de vrouw, terwijl ze goedkeurend naar het instrument keek. Ze hing de viool op in de schouw, om die nog even te laten drogen. Ze rommelde nog wat door het hutje, en kwam terug met een oud leren mapje. Ze veegde er de spinnenrag van af, en opende de map. ‘Kijk, hier heb je wat bladmuziek. Leer die uit je hoofd. Met deze muziek, zullen de slachtoffers van deze vervolging weer tot leven komen. De geesten van de overledenen zullen je gehoorzamen en helpen, de tirannen te verdrijven. Echter je moet wel blijven spelen. Als je stopt zijn ze verdwenen…’ Terwijl ze deze woorden sprak, gaf ze de viool aan Remi. ‘Toon je moed, Remi, en breng je liefje, en mijn dochters terug, en verlos ons van Alvares, en zijn inquisitie.’ Remi keek haar aan. ‘Voor Flora ga ik door het vuur’ zei hij, en hij pakte de viool vol zelfvertrouwen aan. ‘Pas goed op jezelf, en breng mijn dochters terug, ….. alstublieft Remi’ sprak de oude vrouw, en zakte  snikkend op het krukje. ‘Ik ga ze redden’ sprak Remi, terwijl hij in het deurgebond stond. Ze wisselde nog van blik, en hij trok de deur achter zich dicht.

kom tot inkeer

Agnes  van Kleef stond op het bordes van het raadhuis, samen met Pastoor Vladeraccus. Ze zagen aan hoe wederom een jonge vrouw de kelder van het raadhuis in geleid werd, om zich op de grote waag te laten wegen. Terwijl een andere vrouw, juist aan de paal werd gebonden die op de stapel hout en stro stond in het midden van het marktplein. Vladeraccus keek de edelvrouwe aan, en zei met zachte stem: ‘ Is dit nu werkelijk wat u wilde vrouwe? Ik denk dat dit niet de juiste manier is om de mensen tot de kerk te brengen…” Agnes wende haar blik van de pastoor af, en keek strak naar hetgeen wat zich op het marktplein afspeelde. Ergens diep van binnen voelde zij ook wel een gevoel van spijt. Maar haar doel was nu zo dicht bij. De dochters van Gruwella waren al opgepakt, en opgesloten in de kerkers. Voor het avond was zouden ze wel terecht zijn gesteld, en dan was haar missie geslaagd. Maar ze moest aan zichzelf ook wel bekennen dat de wreedheden van Alvares en zijn gevolg, haar ook deden gruwelen. De pastoor gaf niet op, en vervolgde zijn zacht betoog, in de hoop de edelvrouwe tot andere gedachten te brengen. ‘De bevolking lijdt enorm onder de gruwelen, en het kan nooit zo zijn dat u de liefde kan sturen. Liefde ontspringt  op het moment dat je het niet verwacht, Je kan liefde niet dwingen, en niet sturen’ Agnes hield zich vast aan het muurtje voor haar. Met ingehouden woede zette ze haar lange nagels in het cement. En zag hoe aan de andere kant van de markt een gedaante zich achter een kastanjeboom schuilhield. Telkens als de kust veilig bleek verplaatste hij zich een boom. Plots zag ze een glinstering op de rug van de jongen. Zag ze dat goed? Een viool… dat is Remi. Als ze die nu te pakken kreeg, had ze twee vliegen in één klap. Vladeraccus zag het ook, maar toen Agnes aanstalte maakte om de Soldaten te alarmeren, legde de pastoor zijn hand op die van de edelvrouwe. Hij zei niets, maar legde zijn vinger om zijn lippen. ‘Soms is het beter om te zwijgen’ fluisterde hij naar de edelvrouwe. En voor zij kon reageren, was de jongeman verdwenen in de Koestraat. Agnes boog haar hoofd, ‘Ik hoop voor je, dat je gelijk hebt….’sprak ze, en keek de pastoor met indringende ogen aan. Op dat moment klonken er weer een zwaar orgelspel vanuit de deur van de toren van de kerk, terwijl de vrouw op de brandstapel aan de vlammen bezweek.

De Redding

Via een pad achter het Hof van Solms door kwam Remi bij de de achterzijde van de brouwerij. Hij zat in het hoge gras, en wachtte tot de Spaanse soldaat die de wacht hield voorbij was. De brouwerij was een aaneenschakeling van kleine gebouwtjes, en op het juiste moment, klom Remi op het hondenhok. En zo langs de regenpijp omhoog. Hij kon zich net achter een grote ketel die op het dak stond verschuilen, toen de hond begon te blaffen, en de soldaat achterom keek. ‘Oeps, net op tijd’ dacht Remi. Hij keek over de ketel, en zag hoe de soldaat rondkeek maar hem niet zag. Wel zag hij een paar loszittende planken in de wand van het magazijn. Hij wachtte een tijdje, en toen de schemering viel, zag hij een kans om een gat te maken door de rotte planken los te trekken. Met wat wringen, wist hij zich door het gat te werken. En zat nu in de nok van het magazijn. Voorzichtig kroop hij over de stellingen van het magazijn. En zag duidelijk de cellen van de gevangenen. Remi waagde het om een stelling lager te gaan zitten, zodat hij nu zicht had op de gevangenen. Bij de 3e cel, zag hij duidelijk Flora en een paar zussen. Maar ze leken te slapen. Remi keek rond en voelde in een kist. Toen hij er zijn hand uithaalde had hij een paar kurken in de palm van zijn hand liggen. Hij gooide één voor één de kurken richting Flora, en na enkele pogingen was het raak. Flora schoot wakker, en keek verbaasd in het rond. Ze zocht in het schaarse licht, en haar aandacht werd getrokken door een paar tikken op een houten ton. Zag ze dat goed? Ja! Het was Remi. Haar hart schoot op in haar borst van blijdschap, en ze liep naar de tralies. Remi hield zijn vinger voor de mond, en gebaarde dat hij hen kwam helpen. Flora haalde haar schouders op, alsof ze zeggen wilde: ‘Hoe?’ Remi duidde op de viool die op zijn rug hing. Ze begreep er niets van. Remi maakte een hartje met zijn handen, en gaf een kus op zijn vingers, en wees naar haar. Flora deed hetzelfde, en zag hoe Remi, over de stelling kroop naar het hoogste punt in het magazijn.

Hier had hij uitzicht op de martelkamer van de beulen, die daar bezig waren met hun lugubere praktijken. Het kermen en schreeuwen van de slachtoffers ging door merg en been. De slachtoffers die het niet overleefd hadden, lagen op een hoop gestapeld in de hoek. Remi kon het niet langer aanzien en horen. Hij haalde de viool van zijn rug, en pakte de map met muziek. Die hij voor zich uitspreidde. Op dat moment ging de deur open, en brachten soldaten Flora en een  paar zussen de martelkamer binnen, en legde Flora op de pijnbank. Terwijl een beul het rad aan draaide  en zo en handen en voeten van het meisje begonnen te rekken, vonden de eerste tonen van de viool hun weg door de ruimte. De beulen keken verrast rond waar de muziek vandaan kwam. Remi speelde met passie en vuur, en het duurde dan ook niet lang dat een vreemde mist uit de hoop overledenen trok. Binnen luttele seconden vormden zich gestalte uit de mist, en de levenloze lichamen kwamen onhandig overeind. ze keken Remi met vragende ogen aan. Remi zag het, ‘ Ik moet hen natuurlijk iets bevelen… ‘ dacht hij nog. “Red de gevangen, en verdrijf de tiran en zijn gevolg! ‘schreeuwde hij de geesten en de opgestane toe. Die lieten zich dit geen twee keer zeggen, en stortte zich op de beulen en soldaten. In een mum van tijd was heel het magazijn in rep en roer. De Spaanse probeerde zich een weg naar buiten de banen, maar voor velen tevergeefs. Hen onderging hetzelfde lot, als wart zij de arme burgers van Oirschot hadden toegebracht. De soldaten die het wel lukte, zetten het op een lopen, en vluchtten het dorp uit.

De geesten openden ook de gevangenissen, en bevrijdden de gevangenen. Ook Flora en haar zussen werden uit hun benarde posities bevrijdt. Toen de situatie onder controle was, en de Spaanse soldaten en beulen geen bedreiging meer vormde, stopte Remi met spelen. Hij klauterde van de stelling, en vloog Flora in de armen en kusten elkaar. ‘Je hebt me gered.’ Snikte ze. En ze trok hem strak tegen zich aan. ‘Maar we zijn er nog niet. We moeten die kardinaal nog hebben! Riep Remi. ‘Die kan maar op één plek zijn… het orgel in de kerk! Ze renden naar buiten, door de Koestraat richting de Markt. En ze hoorden inderdaad de klanken van het grote orgel.

Het grote orgel

Pastoor Vladeraccus was nog niet in zijn missie geslaagd, hij moest de Spaanse kardinaal op andere gedachten brengen. Hij stormde het smalle trapje van de kerktoren op, tot hij bij het deurtje uitkwam, wat toegang bood tot de plaats waar het orgel werd bespeeld. Hij zag hoe Alvarez als een gek op de toetsen beukte, en alle registers zowat open trok. De engeltjes in het houtsnijwerk keken hen boos aan. ‘Stop, met deze onzin!’ riep de pastoor. ‘U maakt het hele ware geloof tot schande, u veroorzaakt slechts dood en verderf! Beet de pastoor de kardinaal toe. ‘Bemoeit u zich met andere zaken, ik doe mijn werk!’ Spuwde de kardinaal de pastoor toe. “ Ik kan dit niet toestaan! ‘riep de pastoor, en in blinde woede stortte hij zich op de kardinaal. De twee rolde over de vloer van de balustrade van het orgel. Op dat moment kwamen Remi en Flora door de deur onder het orgel de kerk binnen gerend. Toen ze midden in het gangpad in de kerk stond, konden ze zien wat zich op de balustrade afspeelde. ‘Doe iets!’ riep Flora in de richting van Remi. Op dat moment richtten beide geestelijken zich weer op, vlogen elkaar weer in de haren, waarbij Alvarez met zijn rug op het klavier van het orgel viel. Zware tonen klonken door de kerk. Op dat moment pakte Alvarez een van de uitstekende registerstokken vast, en brak die af. Met de stok sloeg hij de pastoor terug. Die terugdeinsde. De kardinaal zette de scherpe punt op de hartstreek van de pastoor. “ik zal de duivel uit je drijven, door je hart te doorboren! Brieste de kardinaal. Maar op dat moment klonk er vioolspel door de kerk. De klanken van de viool van Remi vulden de gewelven van de kerk. Door de gleuven van de graven in vloer trok de mist weer op, en vormde zich om tot de geesten. ‘Red de pastoor!’ riep Remi. En als razende kronkelde de geesten zich langs de pilaren omhoog. Alvarez schrok, en klonk via het klavier omhoog boven op het voororgel. Hij klampte zich vast aan het beeld van Davis met de harp, dat op het front van het orgel stond. Maar de geesten gaven zich niet gewonnen. Terwijl Vladeraccus in een hoekje kroop, rukten de geesten de kleinere  orgelpijpen uit het orgel. Ze verzamelden  zich rond de kardinaal, en tegelijk wierpen zij de pijpen, als speren op Alvarez, en raakten hem in borst en hals. Waarna de kardinaal het beeld losliet, en zijn levenloze lichaam, met een grote plof neer kwam  op de vloer, voor de pilaren van het orgel. Remi stopte met spelen, en de geesten keerden terug in hun graf. De Pastoor krabbelde omhoog, en keek over de balustrade. ‘Remi, Flora!’ Riep de pastoor… ‘jullie leven gelukkig nog?, ik kom nu naar beneden’ de pastoor rende zo goed en kwaad als het ging het smalle trapje af dat onder de toren uitkwam. In het torenportaal ontmoette hij Flora en Remi. ‘En nu naar Agnes van Kleef, want daar heb ik ook nog een appeltje mee te schillen’ riep Remi. ‘Zij heeft al dit leed veroorzaakt, met haar jaloerse gedoe, en ze moet er voor boeten !’ Op dat moment keek de pastoor Flora aan. ‘ik denk dat je het nu wel kan vertellen, meisje’ Zei Vladderaccus. Verrast keek Remi naar Flora. Ze keek naar de vloer, en keek Remi aan…. ‘Agnes van Kleef is mijn tante, ze is de enige zus van mijn moeder Gruwella.’ Remi keek haar vragend aan. ‘En wat wil dat zeggen?’ vroeg hij. ‘Wel, ze hebben een bloedband, ze zijn elkaars tegenovergestelde. De jing en de jangs, zeg maar. De ene witte magie, de andere de zwarte magie. Ze vullen elkaar aan, maar zijn niet te scheiden. Als we de ene doden, sterft de ander ook…..’ fluisterde het meisje. ‘Maar ze kan er zo toch niet vanaf komen?’ reageerde Remi vol ongeloof. ‘Misschien heb ik nog wel een plan’ sprak de pastoor, ‘Haal je moeder op, en we gaan naar Kasteel Groot Bijsterveld, we zullen eens  kijken of dit werkt.’ Ze spraken die middag af. En Flora en Remi gingen naar het hutje op de hei, om Gruwella op te halen.

De Boetedoening van Agnes

‘ik kom voor vrouwe Agnes’ sprak de pastoor tegen de bediende die de grote deur van het kasteel opendeed. ‘ik word niet verwacht, maar het is dringend.’ De bediende keek hem aan, en ze begeleidde hen naar de grote zaal. Agnes zat daar op haar rijkversierde stoel, met haar drie raven. Eén op haar schouder, en twee op de leuning van de zetel. Ze streelde de vogels, en zag tot haar ongenoegen, het gezelschap de zaal binnen komen. ‘Wat moeten jullie hier!’ schreeuwde ze, terwijl ze opstoof uit haar zetel. De raven opvliegend. ‘ Ik denk dat jij het best een toontje lager kan zingen, zus….’ Sprak Gruwella, terwijl ze uit het gezelschap naar voren trad. ‘Ja, ja, ja…. Altijd weer op mijn puntjes worden gewezen door mijn oudste zus! Ik ben daar wel klaar mee!’ beet Agnes haar toe. ‘Nou je hebt het anders weer goed voor mekaar, is het niet!’ beet Gruwella haar toe. Op deze manier maak je ons wel heel populair binnen de gemeenschap’ vulde ze aan. Toen de zussen elkaar zowat in de haren wilden vliegen, sprong de pastoor tussen beiden. “Dames, dames….ik stel voor dat we dit op een andere manier doen.’ Waren de kalmerende woorden van Vladeraccus. ‘Dat kan! Maar ze moet weten wat ze mijn gezin bijna vermoord heeft, en welk leed ze heeft aangericht in het dorp.’ Beet Gruwella haar toe. Agnes keek naar de grond, en schaamde zich diep. ‘ik denk dat ze dat weet, en dat ze wel boetvaardig zal zijn….’sprak de pastoor, en keek de edelvrouwe indringend aan. ‘Ja dat wel, maar ik weet eerlijk gezegd niet hoe,’ zuchtte Agnes. ‘Laat ik dat nu wel hebben’ merkte de pastoor op. ‘Na alle ellende die je hebt veroorzaakt, lijkt mij een hospitaal, een gasthuis, geen overbodige luxe in dit dorp. We kunnen er de bevolking verplegen en verzorgen. Een edelvrouwe met zulk een vermogen moet dat toch kunnen. Het lijkt mij de enige manier om uw naam van blaam te zuiveren.’ Agnes dacht even na, maar stemde in. Gruwella, dacht ook na, en zei: onder één voorwaarde: ‘dat ik en mijn dochters de zieken mogen verplegen, en onze gaven er voor aan mogen wenden.’ De pastoor keek Agnes aan, ze stemde in…..

Niet lang daarna opende het gasthuis haar deuren, en Agnes van Kleef doopte het tot Huize Sint Joris, omdat in haar ogen, de draak, en daarmee het kwaad was bestreden. Gruwella en haar dochters kregen de functies die zij hadden bedongen, en alle werden weer gewaardeerde inwoners van het dorp. Remi en Flora konden hun  geluk niet op, en waren hevig verliefd. Tot op een dag Moeder Gruwella nog wat te vertellen had. ‘Is het onderhand niet  tijd om maar  eens  naar huis te gaan?’ vroeg ze aan Remi en Flora. ‘Naar huis?’ vroeg Flora verbaasd. Gruwella keek de twee aan, en vertelde hen over hun leven in de verre toekomst. Beiden keken elkaar vragend aan. ‘is er een weg terug naar de toekomst dan? ‘vroeg remi aan de oude vrouw. ‘Jawel, kijk maar eens  in je muziek map…. De laatste lege bladzijde. En kus beiden de bladzijde als je echt van elkaar houdt…’ Flora en Remi keken elkaar aan…. Én ik zie je daar wel weer…. ‘sprak de oude vrouw. Flora en Remi, namen plaats op een bankje voor de kapel van het gasthuis. Flora opende de muziekmap, en gaf een dikke kus op de laatste lege pagina. “nou daar gaat ie dan’ zei Remi, en gaf een dikke smakkerd op de plak waar ook Flora had gekust. Langzaam vormde zich muzieknoten op het papier. Beiden keken elkaar aan, ze gaven elkaar een intense kus. Remi zette de viool onder zijn kin, en met de strijkstok bewoog hij de snaren. Terwijl hij speelde, vervaagde de wereld om hen heen, en het leek alsof zij in een kolk van licht werden gezogen. Luttele seconden later was het bankje leeg, en de herfstzon scheen op de gevel van de kapel, of er nooit wat gebeurd was.

De nieuwe directrice

Versuft, krabbelde Ray door zijn haren, Floortje lag tegen hem aan. Toen hij probeerde op te staan, werd ook zij wakker. ‘Munne god, dat was een flinke val.’ en hij keek naar het hoogste punt van het altaar, waar hij de viool vanaf gepakt had. ‘Leg dat ding maar snel hier weer neer, want ik vertrouw het hier voor geen meter’ zei Floortje. Ray vond het ook maar niks, en deed wat Floortje voorstelde. Ze veegden het stof van hun kleren, en kropen door de gang weer naar boven. Boven gekomen, stonden zij weer in de sacristie. ‘Hoe lang hebben we daar gelegen? ’vroeg hij aan Floortje. ‘Weet ik niet, maar ik heb wel gruwelijk gedroomd’ zei het meisje. ‘O… ja, ik ben wel nog één ding vergeten….’ Zei Ray, en hij keek Floortje aan. Voor ze het in de gaten had, vonden zijn lippen de hare. Er volgde een hartstochtelijke zoen. Op dat moment kwam een vrouw van middelbare leeftijd de ruimte binnen. “Noemen jullie dat tegenwoordig hier werken?’ zei de dame in mantelpak sarcastisch. ‘Vort! Aan het werk’ Ray en Floortje, pakten hun beker thee, terwijl de dame in de sacristie achterbleef. De dame wreef over de muur, en fluisterde: ‘sluit u voor eeuwig” waarna de deur in de schouw zich sloot, en het pleisterwerk zich herstelde.

Met een rood hoofd, omdat ze betrapt waren stonden Ray en Floortje bij de koffieautomaat. Wat na te lachen. ‘Wa stade gullie hier na niks te doen?’ Vroeg verpleegkundige Jonneke, in een Oirschots dialect, aan de twee. ‘Loat ’t de nej directrice mer nie zien, want da is een kaoi één! O .. ja, ze hiet; Ella,….. Ella van Kleef! Mér ’t is zo’n taai één da wij ze al Cruwella nume! Witte wel…. die koai van d’n Disneyfilm….. mee die 101 bonte hundjes” Floortje en Remi keken elkaar aan… ‘Cruwella…??? Ja ergens komt me die naam wel bekend voor” zei Floortje…. “Ja vreemd, mij ook, maar ik weet niet waarvan…’ zei Ray. En beiden namen nog een slok van de thee….

Einde

Noten van de schrijver.

Het verhaal is fictief, maar met gebruik van historische feiten. Jaartallen en tijdsgeest kunnen door elkaar lopen, maar wel in de lijn van het verhaal. Namen personen zijn spontaan genomen, en fictief, en  hebben geen verwijzing naar levende personen. En als u net zoveel plezier beleeft aan halloween,als ik aan het schrijven van dit verhaal, weet ik zeker dat u een geweldige Halloween heeft.

Veel plezier!

Leon Vingerhoeds, Augustus 2021.

Nieuwsgierig geworden hoe dit allemaal verloopt? Kom kijken tijdens Halloween Oirschot. Op zaterdag 30 Oktober 2021, tussen 19.00 en 23.00 in het centrum van Oirschot. En ontmoet Straatmuzikant Remi,  Heks Floortje, Haar moeder Gruwella, en haar zussen, Edelvrouwe Agnes van Kleef,Pastoor Vladeraccus en zijn jaloerse nonnen en paters, Kardinaal Fernando Alvarez met zijn beulen en Spaanse soldaten, de bange inwoners van Oirschot, of de geesten van de doden die iedereen de stuipen op het lijf jagen. Test uw moed, en ijzeren zenuwen.